Iemand die op een verjaardag alleen de chips aanraakt en de salade laat staan, krijgt al snel te horen dat hij zich niet zo moet aanstellen. Soms klopt dat, en is het gewoon een uitgesproken smaak. Maar soms zit er iets heel anders achter. GezondNU schreef op 18 oktober over ARFID, een eetstoornis waarbij eten zelf het probleem is en het gewicht er helemaal niet toe doet. Omdat wij op deze site vooral schrijven over afvallen en diëten, wil ik juist dit onderscheid scherp hebben. ARFID heeft niets met lijnen te maken, en een dieet is er ook geen oplossing voor.
Wat ARFID is
ARFID staat voor Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder, in het Nederlands de vermijdende of restrictieve voedselinnamestoornis. Thuisarts, de site van de huisartsen, beschrijft het als een ernstige ziekte die niet vanzelf overgaat. Het lukt iemand niet om bepaald eten te eten, hij is er bang voor, of hij eet in totaal te weinig.
Er zijn grofweg drie manieren waarop het zich laat zien, en ze kunnen door elkaar lopen.
- Geur, kleur, smaak, temperatuur of hoe iets in de mond aanvoelt is zo heftig dat eten niet lukt. Vaak gaat het om zachte, natte of slijmerige structuren.
- Angst voor wat er na het eten kan gebeuren, zoals stikken, overgeven, buikpijn of een allergische reactie. Dat begint geregeld na een nare ervaring, bijvoorbeeld een keer erg verslikken of flink ziek zijn geweest van iets.
- Weinig of geen interesse in eten. Er komt geen hongergevoel door, eten kost moeite en een maaltijd wordt simpelweg vergeten.
Volgens Thuisarts komt ARFID waarschijnlijk door een combinatie van dingen. Sommige mensen zijn geboren met weinig hongergevoel of een heel gevoelige mond, anderen zijn van zichzelf sneller angstig, en bij weer anderen speelt een nare ervaring mee. ARFID komt ook vaker samen voor met een angststoornis, autisme of ADHD, al kan het ook op zichzelf staan.
Waarom het geen kieskeurigheid en geen dieet is
Wat mij in de uitleg van Thuisarts het meest opvalt, is dat het verschil met gewone kieskeurigheid niet in het lijstje producten zit maar in de gevolgen. Iemand die geen spruitjes lust, eet verder gewoon mee. Bij ARFID raakt het eten aan je gewicht, je voedingsstoffen en je sociale leven. Thuisarts noemt afvallen of slecht groeien, nagels die makkelijk scheuren en botten die zwakker worden. En mensen ontlopen etentjes, lunches en verjaardagen omdat ze niet durven of kunnen mee-eten.
Dat laatste maakt het ook eenzaam. GezondNU beschrijft hoe veel volwassenen met ARFID jarenlang leven op een vast rijtje veilige producten, vaak neutraal, droog en knapperig, en daarbij ook nog aan één merk vasthouden omdat een ander merk net anders smaakt.
Voor lezers van een dieetsite is één punt extra belangrijk. ARFID betekent niet automatisch dat iemand te mager is. Wie vooral krokante, calorierijke dingen verdraagt, kan juist te zwaar worden en tegelijk te weinig vitamines en mineralen binnenkrijgen. Thuisarts zegt dat letterlijk zo. Iemand met ARFID die op een weegschaal te zwaar uitvalt, heeft dus niets aan een strenger eetschema of een lijst met verboden producten. Die maakt het rijtje veilig eten alleen maar korter.
Het verschil met anorexia
ARFID kan van buitenaf lijken op anorexia, omdat iemand in beide gevallen weinig eet. Toch zijn het twee verschillende ziektes. Thuisarts zet de belangrijkste verschillen op een rij, en die heb ik hieronder naast elkaar gelegd.
| Kenmerk | ARFID | Anorexia |
|---|---|---|
| Angst om zwaarder te worden | Nee | Ja |
| Hoe iemand het eigen lichaam ziet | Zoals het is | Meestal anders dan het is |
| Overgevoelige mond of angst om te stikken | Kan meespelen | Niet kenmerkend |
| Leeftijd bij begin | Vaak jonger | Vaak later |
| Bij jongens | Vaker dan anorexia | Minder vaak |
| Gewicht | Te laag, normaal of te hoog | Te laag |
Die laatste rij is mijn samenvatting van wat Thuisarts over gewicht schrijft, en het is precies de reden waarom ARFID zo vaak gemist wordt. Wie bij een eetstoornis aan een heel mager meisje denkt, kijkt langs de volwassen man die al twintig jaar op witbrood met pindakaas leeft.
Wanneer je naar de huisarts gaat
Herken je jezelf of je kind hierin, dan is de huisarts de eerste stap. Thuisarts benadrukt dat hoe eerder je hulp vraagt, hoe groter de kans is dat je beter wordt. Neem gerust mee waar je tegenaan loopt, zoals of je bang bent om te eten, of je gewicht veranderd is, welke klachten je hebt, hoe je je voelt en of je vitaminepillen of medicijnen gebruikt. De huisarts meet en weegt, vraagt door en laat eventueel bloed prikken.
Denkt de huisarts aan ARFID, dan volgt een verwijzing naar een therapeut of een ggz-centrum. Soms is eerst ander onderzoek nodig, bijvoorbeeld om een voedselallergie uit te sluiten. Met dit artikel kun je jezelf geen diagnose geven, en dat is ook niet de bedoeling. Het is er om de vraag te durven stellen.
De behandeling bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie. Je went daarbij in kleine stapjes aan eten dat nu niet lukt, en je leert angstige gedachten over eten te vervangen door gedachten die helpen. GezondNU beschrijft hoe dat gaat, eerst alleen kijken, dan ruiken, dan met de lippen aanraken, zonder dat iemand je dwingt iets door te slikken. Afhankelijk van wat er speelt, kan ook een logopedist helpen als eten in de mond heel vreemd aanvoelt, en een diëtist die gespecialiseerd is in eetstoornissen. Bij een flink tekort komen er soms eerst vitamines of drinkvoeding bij.
Lotgenoten vind je via WEET, en Thuisarts verwijst voor het zoeken van een behandelaar naar eetstoornissennetwerk.nl en dietisten-eetstoornissen.nl. Voor ouders en naasten zijn er Stichting Kiem en Firsteetkit.
Ik vind het een opluchting dat ARFID tegenwoordig een naam heeft. Een volwassene die al zijn hele leven hoort dat hij moet ophouden met zeuren, kan eindelijk lezen dat het geen karakterfout is. En wie op deze site vooral komt voor afvaltips, neemt hopelijk dit mee. Niet elk probleem met eten is een probleem met gewicht, en soms is de beste stap geen nieuw dieet maar een afspraak bij de huisarts. Wie juist de hele dag aan eten blijft denken, herkent zich eerder in food noise, en dat is weer een heel ander verhaal.

















