Elk najaar komt hij terug: de maand zonder toegevoegde suiker. En elk najaar komt er een schema bij waarin per week staat wat je gaat voelen. GezondNU beschreef die verandering na dertig dagen zonder toegevoegde suiker netjes langs vier weken: bewustwording, een stabielere bloedsuiker, scherpere concentratie en tot slot het verdwijnen van de dwangmatige snaaitrek.
Ik heb dit als diëtiste vaak genoeg zien slagen om het niet af te doen als onzin. En ik heb het vaak genoeg zien mislukken om te weten waar de schoen wringt: niet in het idee, maar in dat schema.
Wat er waarschijnlijk wel gebeurt
Dat je meer gaat opvallen hoeveel suiker er in gewone producten zit, is geen belofte maar een bijna zekere uitkomst. Zodra je etiketten leest omdat je wel moet, kom je suiker tegen in pastasaus, in brood, in een bak yoghurt met vruchtjes. Dat inzicht is voor de meeste mensen het blijvendste deel van zo’n maand.
Ook aannemelijk is dat je middagdip afvlakt. Niet door magie, maar omdat je in de praktijk andere dingen gaat eten: minder koek bij de koffie, meer maaltijden met eiwit en vezels erin. Dat is een verandering in je hele eetpatroon, en die krijgt in dit soort verhalen ten onrechte het etiket “suikerontwenning”.
Waar het verhaal te ver gaat
Het schema van vier weken suggereert dat er een klok loopt die voor iedereen hetzelfde tikt. Die klok bestaat niet. De ene persoon merkt in week één al verschil, de ander na twee maanden niets, en dat zegt niets over hoe goed je het doet.
Ook de uitleg over dopamine vraagt om nuchterheid. Het idee dat suiker het beloningssysteem prikkelt en dat je gevoeligheid daarvoor herstelt als je stopt, is een model dat vooral uit dierstudies komt. Het is een plausibele verklaring, geen meting van wat er in jouw hoofd gebeurt op dag 21.
En dan het onderzoek waar zulke artikelen naar verwijzen, zoals de Whitehall-studie, een langlopend Brits bevolkingsonderzoek. Dat soort studies laat verbanden zien tussen veel toegevoegde suiker en somberheid. Een verband is geen oorzaak. Mensen die veel suiker eten verschillen ook op andere punten van mensen die dat niet doen, en dat is precies waar zulk onderzoek geen antwoord op geeft.
Waarom ik het toch aanraad, maar anders
Een maand zonder toegevoegde suiker is een prima experiment. Alleen niet als test die je kunt halen of zakken, want zo is hij ontworpen om te mislukken: één koekje op dag negentien en je begint opnieuw.
Doe het liever als inventarisatie. Kijk vier weken lang waar de suiker in jouw dag vandaan komt, en welke van die momenten je eigenlijk niet mist. Meestal blijven er twee of drie over die je wel mist, en dat zijn precies de momenten die je mag houden. Wat na die maand overblijft is een gewoonte in plaats van een prestatie. Lukt het schrappen op zichzelf niet, dan zit het probleem meestal in de trek en niet in de wilskracht; daar staan praktische tips voor het omgaan met suikerverlangens tegenover.
Nog dit: heb je diabetes, gebruik je medicijnen of ben je onder behandeling, overleg dan met je huisarts of diëtist voordat je je eetpatroon in één klap omgooit. Een maand suikervrij is voor de meeste mensen onschuldig, maar voor sommige mensen niet vanzelfsprekend.














