Er is een stille verschuiving gaande in de cijfers waar bijna elk dieetadvies op leunt. Niet in een hype of een nieuw boek, maar in de voedingsnormen zelf: de hoeveelheden vet, koolhydraten en vezels die als gezond gelden. Het Voedingscentrum zette de vernieuwde aanbevelingen voor vetten, koolhydraten en vezels in juli 2026 op een rij. Wie ze naast de beloftes van de bekende diëten legt, ziet meteen waar de schoen wringt.
Ik heb als diëtiste genoeg mensen aan tafel gehad die binnenkwamen met een uitgeprint schema waarin één voedingsstof de schuldige was. Deze herziening doet iets anders. Hij maakt een paar normen strenger, laat een paar andere juist los, en dat tweede is het interessantst.
Verzadigd vet gaat van een grens naar een richting
De oude aanbeveling was een getal: houd verzadigd vet onder de tien procent van je dagelijkse calorieën. Dat getal is losgelaten. In de nieuwe aanbeveling staat dat je verzadigd vet zo min mogelijk gebruikt. Hetzelfde geldt voor transvet, waar de norm van één procent plaatsmaakt voor zo laag mogelijk houden. De totale hoeveelheid vet blijft wel staan waar hij stond: minstens 20 en niet meer dan 40 procent van je calorieën.
Dat “zo min mogelijk” klinkt vaag, en dat is het in zekere zin ook. Een percentage kun je afvinken, een richting niet. Maar het past wel bij hoe het bewijs eruitziet: er is geen drempel waaronder verzadigd vet ineens onschadelijk is. Praktisch betekent het vooral dat de vervanging telt. Roomboter inruilen voor vloeibare margarine, een deel van je kaas vervangen door een handje noten, vaker peulvruchten in plaats van gehakt. Dat zijn de bewegingen waar deze aanbeveling om vraagt.
Omega 6 omhoog, omega 3 omlaag
Twee normen gaan precies de andere kant op dan veel mensen verwachten. Voor linolzuur, het omega 6-vetzuur uit onder meer zonnebloemolie en margarine, ging de aanbeveling van twee naar vier procent van je dagelijkse calorieën. Voor alfalinoleenzuur, het plantaardige omega 3-vetzuur uit lijnzaad, walnoten en koolzaadolie, ging hij juist van één procent naar een half procent.
Dat is opvallend, want in de supplementenhoek hoor je al jaren dat we te weinig omega 3 en veel te veel omega 6 binnenkrijgen. Deze normen ondersteunen dat verhaal niet. Voor de visvetzuren EPA en DHA is de norm voor kinderen zelfs helemaal vervallen; het advies is nu simpelweg wekelijks vis. Voor zwangeren staat er twee keer per week vis, waarvan één keer vette vis, en wie borstvoeding geeft krijgt een extra hoeveelheid van 100 milligram DHA mee.
Voordat je je visoliecapsules weggooit: dit zijn normen voor gezonde mensen, geen behandeladvies. Heb je een medische reden om extra vetzuren te gebruiken, bespreek dat dan met je huisarts of diëtist.
De ondergrens voor koolhydraten is verdwenen
Voor wie diëten volgt is dit de grootste verandering. Er stond een ondergrens: minimaal veertig procent van je calorieën uit koolhydraten. Die is er niet meer. In plaats van een percentage ligt de nadruk nu op de soort, en dan vooral op volkoren producten.
Betekent dat dat keto en low carb ineens zijn goedgekeurd? Nee. Een ondergrens loslaten is iets anders dan aanbevelen dat je laag gaat zitten. Wat het wel doet, is de discussie verplaatsen van hoeveel naar welke. Een bord met witte rijst en een bord met zilvervliesrijst leveren ongeveer evenveel koolhydraten, en het is bij het tweede bord dat de vezels, de verzadiging en de rustigere bloedsuiker meekomen.
Voor wie wil afvallen is dat eerlijk gezegd het bruikbaarste inzicht van deze hele herziening. Niet het percentage in je app, maar de vraag of het brood, de rijst en de pasta op je bord volkoren zijn.
Vezels: geen vast getal meer
Ook bij vezels verdwijnt het vaste getal. De aanbeveling is nu een bereik dat meebeweegt met je energiebehoefte. Dat is logischer dan het op het eerste gezicht lijkt: iemand van 1,60 meter met een zittend beroep en een bouwvakker van 1,95 meter eten niet dezelfde hoeveelheid, dus waarom zouden ze aan dezelfde vezelnorm moeten voldoen?
Tegelijk maakt het de norm minder bruikbaar als kapstok. Dertig gram onthoud je, een bereik dat afhangt van je calorieën niet. Mijn vertaling voor de praktijk: heb je bij elke maaltijd groente, fruit, peulvruchten of een volkoren graanproduct, dan zit je goed en hoef je niets te tellen.
Wat dit betekent voor de diëten die je tegenkomt
Leg de nieuwe normen naast de bekende dieetvormen en er ontstaat vanzelf een schifting.
Diëten die leunen op volle zuivel, vet vlees en kokosolie krijgen het lastiger, want zo min mogelijk verzadigd vet laat daar weinig ruimte voor. Diëten die koolhydraten stevig beperken botsen niet langer met een harde ondergrens, maar moeten wel laten zien waar de vezels dan vandaan komen. En de hele categorie adviezen die draait om extra omega 3 slikken vindt in deze normen geen steun. Twijfel je welke vorm bij jou past, dan helpt deze checklist om te ontdekken welk dieet bij je past je verder dan een percentage.
Wat overblijft is saai en werkt: veel plantaardig, volkoren waar het kan, vet vooral uit plantaardige olie, noten en vis. Precies wat er ook al stond. Dat is ook mijn belangrijkste conclusie: het opvallende zit niet in wat erbij is gekomen, maar in de getallen die zijn geschrapt. We krijgen minder cijfers om ons aan vast te houden, en voor een wereld die dol is op percentages is dat ongemakkelijk.
Wat je er morgen mee doet
Kijk eerst waar het verzadigd vet in jouw week vandaan komt. Bij de meeste mensen zijn dat kaas, vlees en koek, niet de scheut olie in de pan. Kijk daarna naar je granen en ruil de witte varianten in voor volkoren, want daarmee los je je vezels meteen mee op. En laat je derde besluit niet over supplementen gaan, want die staan in deze normen juist niet centraal.
Twijfel je omdat je een aandoening hebt, medicijnen gebruikt of zwanger bent, leg deze normen dan naast je eigen situatie met je huisarts of een diëtist. Voedingsnormen zijn gemiddelden voor een gezonde bevolking, en jij bent geen gemiddelde.
















