Wie rond de vijftig een paar kilo te veel meedraagt, hoort vaak dat het bij de leeftijd hoort. Of dat je minstens tien kilo kwijt moet voordat het iets uitmaakt. Een Britse studie waar The Guardian op 21 oktober 2026 over schreef zet daar een veel kleiner getal tegenover. Mensen met overgewicht die op middelbare leeftijd vijf procent van hun gewicht kwijtraakten, hadden op hun 62e ongeveer dezelfde hart- en vaatwaarden als leeftijdsgenoten die altijd een gezond gewicht hadden.
Dat klinkt als goed nieuws, en dat is het ook. Maar het loont om precies te weten wat er gemeten is, en wat vijf procent voor jou in kilo’s betekent.
Wat de onderzoekers deden
Het onderzoek komt van University College London. De onderzoekers gebruikten gegevens van ruim 6000 mensen die in 1958 in Groot-Brittannië zijn geboren en hun hele leven gevolgd worden, de zogeheten National Child Development Study. Ze keken wie tussen hun 50e en 55e minstens vijf procent afviel of juist aankwam, en hoe het daarna op hun 62e gesteld was met bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker en ontstekingswaarden in het bloed, zoals CRP.
De uitkomst in het kort. Wie vanuit obesitas afviel, ging in die waarden ongeveer net zo hard achteruit als mensen die altijd op een gezond gewicht zaten. Wie op die leeftijd verder aankwam, ging het snelst achteruit, met onder meer een hogere bovendruk en hogere ontstekingswaarden. Hoofdonderzoeker Charis Bridger-Staatz zegt in de Guardian dat het nooit te laat is om te beginnen. Coauteur Laura Gimeno wijst er vooral op dat verder aankomen rond je vijftigste het sterkst samenhing met een snelle achteruitgang.
Wat de studie wel en niet aantoont
Hier wil ik even op de rem trappen, want de kop in de krant gaat verder dan wat er gemeten is. Drie dingen zijn goed om te weten.
- Het is een observationele studie. De onderzoekers keken terug naar wat er bij mensen gebeurde, ze lieten niemand afvallen. Oorzaak en gevolg kun je er dus niet hard uit halen, en dat zeggen de onderzoekers zelf ook.
- Er zijn waarden in het bloed en de bloeddruk gemeten, geen beroertes of hartaanvallen geteld. Dat het risico daarop daalt, is een logische maar afgeleide conclusie.
- De versie die online staat is een preprint uit augustus 2026. Andere wetenschappers hebben die nog niet via een tijdschrift beoordeeld.
Dat maakt de studie niet waardeloos. Het is een grote groep, gevolgd over tientallen jaren, en de onderzoekers hielden rekening met hoe de bloedwaarden er op 44-jarige leeftijd al uitzagen. Het past bovendien bij wat al langer bekend is. Het Voedingscentrum schrijft dat de gezondheidsrisico’s van overgewicht al afnemen als je vijf tot tien procent van je huidige gewicht verliest. Nieuw is vooral dat deze studie laat zien dat het ook rond je vijftigste nog zoden aan de dijk zet.
Hoeveel kilo is vijf procent voor jou?
Vijf procent is minder dan de meeste mensen denken. Je rekent het uit door je huidige gewicht door twintig te delen.
| Huidig gewicht | 5 procent | Nieuw gewicht |
|---|---|---|
| 70 kilo | 3,5 kilo | 66,5 kilo |
| 80 kilo | 4 kilo | 76 kilo |
| 90 kilo | 4,5 kilo | 85,5 kilo |
| 100 kilo | 5 kilo | 95 kilo |
| 110 kilo | 5,5 kilo | 104,5 kilo |
| 120 kilo | 6 kilo | 114 kilo |
Iemand van negentig kilo hoeft dus geen streefgewicht van zeventig te halen om in deze studie bij de gunstige groep te horen. Vier en een halve kilo eraf, en die er vijf jaar lang af houden, was genoeg.
Waarom een klein doel het beter doet dan een streefgewicht
Ik zie het vaak gebeuren. Iemand rekent met een BMI-calculator uit wat het gezonde gewicht is, schrikt van het verschil en begint aan een streng dieet om twintig kilo kwijt te raken. Na een paar maanden is de motivatie op en komt alles terug. Een doel van vier of vijf kilo voelt minder spectaculair, maar het is te halen zonder je hele leven om te gooien. Een paar vaste momenten waarop je minder eet, wat vaker water in plaats van frisdrank, een portie minder bij het avondeten.
Het tweede deel van de studie vind ik eigenlijk net zo belangrijk. In het onderzoek ging het er niet alleen om dat mensen afvielen, ze hielden dat lagere gewicht ook vast tot hun 55e. En wie juist bleef aankomen, ging het hardst achteruit. Voor veel vijftigers is niet verder aankomen al een prima eerste doel. Kies daarom een aanpak die je over vijf jaar nog volhoudt. Een caloriebeperkend dieet heeft voor- en nadelen die je beter vooraf kent dan achteraf.
Het Voedingscentrum kijkt naast je gewicht ook naar je middelomtrek. Bij vrouwen geldt een omtrek vanaf 80 centimeter als verhoogd en vanaf 88 als te hoog, bij mannen ligt dat op 94 en 102 centimeter. Met een meetlint zie je vaak eerder verschil dan op de weegschaal, en dat helpt om vol te houden.
Voor wie geldt dit wel en niet
De studie ging over mensen met overgewicht en obesitas. Heb je al een gezond gewicht, dan is afvallen geen doel op zich. Heb je een BMI tussen 25 en 35 zonder klachten als een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol of (pre)diabetes en zonder te grote middelomtrek, dan kun je volgens het Voedingscentrum zelf aan de slag. Spelen die klachten wel, of ligt je BMI boven de 35, dan is het advies om niet op eigen houtje af te vallen maar hulp te zoeken via je huisarts of een diëtist.
De onderzoekers noemen ook afvalmedicijnen als mogelijke hulp. Dat is een keuze die je met je arts maakt, niet iets wat je uit een krantenartikel haalt. Wat je wel uit deze studie mag meenemen is dat je niet hoeft te wachten tot je een groot doel ziet zitten. Vier of vijf kilo is genoeg om te beginnen.
















