In het Verenigd Koninkrijk bleef suiker na de Tweede Wereldoorlog nog jaren op de bon. Kinderen kregen minder dan een eetlepel per dag, baby’s vrijwel niets. In september 1953 verdween dat rantsoen in één klap, en binnen een jaar was de gemiddelde suikerconsumptie bijna verdubbeld. Wetenschappers gebruiken die plotselinge omslag nu als een soort natuurlijk experiment. The Guardian zette op 7 oktober 2026 de onderzoeken naast elkaar die daaruit voortkomen. Het beeld dat ontstaat is opvallend, en het raakt een vraag die veel ouders hebben, namelijk hoe erg suiker eigenlijk is voor een baby of peuter.
Wat de rantsoenstudies laten zien
De onderzoekers vergelijken Britten die vlak voor en vlak na het einde van het rantsoen zijn geboren. Dat kan omdat de grote Britse gezondheidsdatabank UK Biobank gegevens bevat van honderdduizenden mensen uit die jaren. Sommigen zaten alleen in de baarmoeder in de suikerarme periode, anderen nog maanden of jaren daarna, en wie na september 1953 werd verwekt helemaal niet.
Het eerste onderzoek uit deze reeks verscheen twee jaar geleden in het vakblad Science, onder leiding van Tadeja Gračner van de University of Southern California. Hoe langer mensen in hun eerste levensjaren onder het rantsoen hadden gezeten, hoe lager hun kans op diabetes type 2 en hoge bloeddruk op middelbare en latere leeftijd. Wie de volle eerste duizend dagen (zwangerschap plus de eerste twee levensjaren) in de suikerarme tijd doorbracht, had 35 procent minder kans op diabetes type 2 en 20 procent minder kans op hoge bloeddruk dan wie het rantsoen nooit had meegemaakt.
Sindsdien volgden meer studies op dezelfde gegevens. Die vonden verbanden met hart- en vaatziekten, leverziekte, longgezondheid, dementie en biologische veroudering. Mensen die vroeg in hun leven onder het rantsoen vielen, scoorden op een aantal maten ongeveer een jaar jonger qua biologische leeftijd. Een onderzoek van de University of Surrey uit augustus 2026 vond bovendien 33 procent minder kans op een diagnose angststoornis, en die groep gaf vaker aan geen sterke voorkeur voor zoet te hebben.
Waarom je dit niet te hard moet lezen
Ik vind dit soort onderzoek fascinerend, maar er zitten flinke kanttekeningen aan, en de onderzoekers noemen ze zelf ook.
- Het zijn verbanden, geen bewijs dat suiker de oorzaak is. Onderzoeker Nophar Geifman zegt het in The Guardian zonder omhaal, er wordt geen oorzakelijk verband beweerd.
- Veel van de studies putten uit dezelfde groep deelnemers van de UK Biobank. Ze bevestigen elkaar dus minder dan het lijkt, omdat het geen onafhankelijke herhalingen zijn.
- Het ging om een Britse generatie in de jaren vijftig. Hun leven, eten en zorg verschillen sterk van wat een kind nu in Nederland meemaakt.
- Niemand weet nog via welke route het zou lopen. Het kan aan de suiker zelf liggen, aan een smaakvoorkeur die vroeg gevormd wordt, of aan een stofwisseling die in die eerste jaren wordt afgesteld.
Dat laatste vind ik zelf het interessantste. Gračner werkt aan onderzoek (nog niet beoordeeld door vakgenoten) dat erop wijst dat opgroeien onder het rantsoen de invloed van genen voor een hoger gewicht verzwakt. De mensen uit de rantsoengroep aten als volwassene wel minder vrije suiker, maar dat verschil was even groot bij mensen met en zonder genetische aanleg. Dat wijst erop dat het niet alleen een kwestie van gedrag is, maar dat vroege voeding mogelijk ook iets doet met eetlust, verzadiging of de aanleg van vetweefsel.
De Hongerwinter laat iets anders zien
Voor Nederlanders zit er een bekend stuk geschiedenis in dit verhaal. Onderzoek naar de Hongerwinter van 1944 en 1945 laat juist het omgekeerde zien. Kinderen die tijdens die hongersnood in de baarmoeder zaten, hadden later vaker overgewicht en diabetes type 2. Dat lijkt in tegenspraak met de rantsoenstudies, maar dat is het niet. In de Hongerwinter was er van alles te weinig, terwijl het Britse rantsoen alleen suiker beperkte en het eten verder redelijk compleet was.
De les is dus niet dat minder eten beter is. Onderzoeker Jiazhen Zheng waarschuwt er nadrukkelijk voor om de bevindingen te lezen als bewijs dat een streng beperkt dieet goed is voor een kind. Het gaat om de kwaliteit en het moment van voeding, niet om zo min mogelijk.
Wat betekent dit voor suiker bij jonge kinderen?
Volgens de onderzoekers lijken vooral de zwangerschap en de overgang naar vast eten, rond een half jaar, gevoelige periodes te zijn. Hoeveel suiker te veel is, kunnen deze studies niet zeggen. Wel valt op dat het Britse rantsoen in de buurt lag van wat de huidige Britse richtlijnen adviseren, en dat de Britse gezondheidsdienst zegt dat er geen suiker aan eten of drinken voor baby’s hoort te worden toegevoegd.
In Nederland geeft de Gezondheidsraad geen vaste grens voor het aantal grammen suiker per dag. Het Voedingscentrum adviseert om niet te veel en niet te vaak producten met toegevoegde suiker te nemen, wijst op het advies van de WHO om hooguit 10 procent van je calorieën uit vrije suikers te halen, en zegt dat kinderen onder de 1 jaar nooit honing mogen krijgen.
Voor ouders komt het er in de praktijk op neer dat er geen reden is om iets nieuws te gaan doen, wel om de bestaande adviezen serieuzer te nemen. Zoete drankjes, sap en koekjes zijn voor een dreumes geen onschuldige traktatie die er niet toe doet. Volledig suikervrij hoeft niet, en daar waarschuwen de onderzoekers ook voor. Fruit, melk en gewone groente bevatten van nature suiker en horen er gewoon bij.
En voor jezelf?
Je eerste duizend dagen liggen achter je, daar valt niets meer aan te veranderen. Toch haal ik er iets uit voor volwassenen. De rantsoengroep had later minder zin in zoet, en die smaakvoorkeur blijkt dus niet vast te liggen. Wie een tijd minder toegevoegde suiker eet, merkt vaak dat zoete producten zoeter gaan smaken. Ik schreef eerder over een maand zonder toegevoegde suiker en wat dat wel en niet oplevert. Het rantsoenonderzoek bewijst niet dat zo’n maand je gezonder oud maakt, maar het laat wel zien dat het eetpatroon waarmee je opgroeit lang kan doorwerken. Reden genoeg om zuinig te zijn met wat je kinderen meekrijgen.















