Even snel je bloeddruk meten op de bank, met je arm op schoot. Het voelt onschuldig, maar de uitslag valt dan gemiddeld een paar punten te hoog uit. Daar is deze week opnieuw aandacht voor, en het raakt juist mensen die met hun eten bezig zijn. Wie afvalt of minder zout eet om zijn bloeddruk omlaag te krijgen, wil weten of dat werkt. Dan moet de meting wel kloppen.
Wat het onderzoek liet zien
De bekendste studie naar de armhouding komt van Johns Hopkins en verscheen in oktober 2024 in JAMA Internal Medicine. Onderzoekers lieten 133 volwassenen hun bloeddruk meten in drie houdingen. De arm rustte op een bureau, lag op schoot of hing los langs het lichaam. De meting op het bureau, met de manchet op hartshoogte, gold als de juiste.
Lag de arm op schoot, dan viel de bovendruk gemiddeld 3,9 mmHg hoger uit en de onderdruk 4,0 mmHg. Hing de arm langs het lichaam, dan was de bovendruk 6,5 mmHg te hoog en de onderdruk 4,4 mmHg. De onderzoekers concluderen dat deze veelgebruikte houdingen de bloeddruk flink overschatten en kunnen bijdragen aan een onterechte diagnose van hoge bloeddruk.
Dat lijkt weinig, maar het gaat om de grens. Volgens het Voedingscentrum ligt een normale bloeddruk rond de 120 over 80, en spreek je van hoge bloeddruk boven een bovendruk van 140 of een onderdruk van 90. Wie rond die 140 zit, schuift met een arm op schoot zomaar de verkeerde kant op.
Waarom dit telt als je afvalt of minder zout eet
Hier zit voor mij het eigenlijke punt. Voeding is een van de beste middelen om je bloeddruk te verlagen. Het Voedingscentrum schrijft dat 5 tot 15 procent afvallen al een verbetering kan geven, en raadt aan om niet meer dan 6 gram zout per dag te eten, terwijl volwassenen er volgens de schatting van het Voedingscentrum gemiddeld 7 gram of meer binnenkrijgen. De Hartstichting noemt het DASH-dieet, dat bij mensen met hoge bloeddruk tot 20 mmHg kan schelen.
Zulke veranderingen gaan geleidelijk, en een tussenstand na een paar weken kan best klein zijn, in dezelfde orde als de fout van een verkeerde armhouding. Stel dat je op een zondagochtend aan tafel meet en drie weken later, na minder zout en een paar kilo lichter, ’s avonds op de bank met je arm op schoot. Dan kan de winst van drie weken volledig verdwijnen in de meetfout. Andersom kan het ook, met eerst een slordige meting en later een nette, waardoor je een daling ziet die je niet echt hebt bereikt. Wie zijn leefstijl wil volgen, heeft dus vooral baat bij metingen die telkens op dezelfde manier gaan.
Waarom die aanpak werkt, staat in ons stuk over het DASH-dieet tegen hoge bloeddruk, en ook een handje noten per dag kan iets doen voor je bloeddruk.
Zo meet je thuis wel goed
De juiste houding is eenvoudig, en is dezelfde als in het onderzoek.
- Ga aan tafel zitten met je rug tegen de stoelleuning en beide voeten plat op de grond, zonder je benen over elkaar.
- Leg je blote arm op tafel, zo dat het midden van de manchet ongeveer op hartshoogte zit.
- Zit eerst vijf minuten rustig, zonder te praten, te lezen of op je telefoon te kijken.
- Meet op vaste momenten, bijvoorbeeld ’s ochtends voor het ontbijt, en schrijf de uitslag op met het tijdstip.
Een handige gewoonte is om bij je meter een vaste plek aan de eettafel te kiezen, dan gaat het vanzelf goed. Is de tafel te laag, leg dan een kussen onder je arm tot de manchet op hartshoogte komt. Meet je in de spreekkamer en thuis heel verschillende waarden, neem je opgeschreven metingen dan mee naar de huisarts. Pas je medicijnen nooit zelf aan op basis van een thuismeting.
Mijn advies
Een bloeddrukmeter is een mooi hulpmiddel als je met je eten aan de slag gaat, want je ziet zwart op wit wat minder zout en een paar kilo lichter opleveren. Maar het apparaat meet wat je het aanbiedt. Een arm op schoot kost je een paar punten en die punten zijn net zo groot als de vooruitgang waar je naar op zoek bent. Neem die vijf minuten aan tafel. Dan weet je ook echt wat je verandering in eten heeft gedaan.
















