Wie een hoge bloeddruk heeft, krijgt bijna altijd hetzelfde advies, en dat is minder zout. Nu pleit een groep onderzoekers ervoor om daar evenveel nadruk op kalium naast te zetten. ScienceDaily bracht hun oproep op 2 november onder de aandacht. Klinkt logisch, maar er zitten een paar kanttekeningen aan, en voor Nederland ziet het plaatje er anders uit dan de koppen doen vermoeden.
Wat de onderzoekers precies zeggen
Het gaat om een overzichtsartikel van Naomi Fukagawa, emeritus hoogleraar aan de University of Vermont, en vijf andere auteurs in The American Journal of Clinical Nutrition. Het is dus geen nieuwe proef met nieuwe metingen, maar een beoordeling van wat er al bekend is. Wereldwijd hebben volgens het stuk meer dan 1,28 miljard volwassenen hoge bloeddruk.
Hun redenering is deze. Zout minderen werkt, maar lukt in de praktijk slecht, onder meer omdat mensen aan de smaak gewend zijn. Volgens de auteurs ligt de winst in beide tegelijk aanpakken, zo legt de universiteit uit. Belangrijk detail: ze schrijven zout niet af. Minder natrium blijft in hun stuk de basis, kalium komt erbij. Wie al bezig is met minder zout in zijn dieet, hoeft daar dus niets aan te veranderen.
Hoe sterk is dat bewijs?
De auteurs geven zelf toe dat het effect van kalium op de bloeddruk minder stevig is aangetoond dan dat van natrium. Hun sterkste voorbeeld komt uit China. In de Salt Substitute and Stroke Study uit 2021 gebruikten bijna 21.000 mensen ruim vier jaar lang gewoon zout of een zoutvervanger met kalium. In de groep met de vervanger waren er 29,14 beroertes per 1000 persoonsjaren, tegenover 33,65 bij gewoon zout.
Dat is een serieus resultaat, maar let op wie er meededen. Volgens de samenvatting van de American College of Cardiology ging het om mensen van gemiddeld 65 jaar die al een beroerte hadden gehad of 60-plus waren met een hoge bloeddruk. Mensen met een bekende nierziekte deden niet mee. Je kunt die uitkomst dus niet zomaar doortrekken naar een gezonde dertiger in Nederland.
Ook goed om te weten is wie het rapport steunde. Dat was een commissie van het Institute for the Advancement of Food and Nutrition Sciences, een non-profit die volgens eigen zeggen onder meer geld van bedrijven bijeenbrengt. Het stuk bespreekt ook hoe fabrikanten hun producten kunnen aanpassen. De auteurs melden geen belangenconflicten, en de conclusie is daarmee niet fout. Het is wel iets om mee te wegen.
In Nederland is zout het grotere probleem
Hier wordt het interessant voor wie in Nederland woont. Het RIVM mat in 24-uursurine van volwassenen uit Noord-Nederland (31 tot en met 50 jaar, 2020/2021) hoeveel zout en kalium mensen echt binnenkrijgen. De helft van de mannen zat boven de 11 gram zout per dag, de helft van de vrouwen boven de 8 gram. Het aanbevolen maximum is 6 gram. Bij kalium was het omgekeerd: de helft van de mannen kreeg meer dan 5075 milligram binnen, de helft van de vrouwen meer dan 3857 milligram, en de richtlijn ligt op minimaal 3500. Het RIVM noemt die kaliuminname op een goed niveau.
Dat is geen landelijk cijfer en het gaat over een beperkte leeftijdsgroep. In een eerdere meting in Doetinchem uit 2015 lag de middelste waarde bij vrouwen met 3255 milligram wel onder de 3500. Toch is de richting duidelijk. Voor veel Nederlanders is te veel zout het meetbare probleem, en een gebrek aan kalium veel minder vanzelfsprekend dan het Amerikaanse verhaal suggereert. Eet je weinig groente, fruit en zuivel, dan kan het voor jou natuurlijk wel anders liggen.
Welke gewone producten kalium leveren
Een pil is hiervoor niet nodig. Het Voedingscentrum geeft deze hoeveelheden:
- zalm (100 gram): 455 milligram
- biefstuk (70 gram): 393 milligram
- banaan (100 gram): 374 milligram
- aardappel (70 gram): 240 milligram
- glas halfvolle melk (150 milliliter): 240 milligram
- gekookte broccoli (50 gram): 200 milligram
- ongezouten pinda’s (25 gram): 190 milligram
- snee volkorenbrood (35 gram): 88 milligram
Een banaan, twee glazen melk en een portie aardappelen van 210 gram komen samen al op ruim 1500 milligram. Wat je ziet, is dat dit vooral producten zijn die in een gewoon voedingspatroon al passen. De onderzoekers noemen daarnaast bonen, bladgroenten en yoghurt. Meer weten over kalium en afvallen? Daarover schreven we eerder een apart stuk.
Voor wie extra kalium juist niet goed is
Via eten is te veel kalium voor gezonde mensen vrijwel onmogelijk, omdat de nieren het overschot uitplassen. Dat verandert zodra de nieren niet goed werken, want dan kan kalium zich ophopen. Ook bepaalde bloeddrukmedicijnen, zoals sommige plaspillen en ACE-remmers, kunnen het kaliumgehalte in je bloed verhogen. Juist mensen met hoge bloeddruk slikken die middelen vaak, dus precies de groep waarover dit gaat moet hier extra op letten.
Twee producten vragen daarom om voorzichtigheid. Kaliumtabletten gebruik je volgens het Voedingscentrum alleen bij een tekort en in overleg met een arts. Bij supplementen van dagelijks 5 tot 7 gram zijn negatieve effecten op de hartfunctie beschreven. Kaliumzout, de vervanger van keukenzout, is meestal een mengsel met natriumzout en smaakt iets bitterder. Heb je een slechte nierfunctie, of gebruik je plaspillen of ontstekingsremmers, overleg dan eerst met je arts of diëtist.
Wil je weten of je bloeddruk echt te hoog is voordat je iets verandert, meet dan op de goede manier thuis. De conclusie voor nu is eenvoudig. De oproep klopt als richting, maar is geen reden om een supplement te kopen. Minder bewerkt eten pakt het zout aan en levert via groente, fruit en zuivel vanzelf kalium op.















