Zalm die kip te eten krijgt, dat klinkt als iets dat je niet had verwacht. Toch verkopen Nederlandse supermarkten dat, meldt de Volkskrant op basis van onderzoek van milieuorganisatie Foodrise. gezondNU stelde op 31 oktober de voor de hand liggende vraag: krijg je dan nog wel genoeg omega-3? Ik heb de cijfers erbij gepakt. Mijn conclusie is dat het kippenmeel het minst interessante deel van dit verhaal is.
Waarom kippenmeel niet de hoofdverdachte is
Kippenmeel is gemaakt van delen van de kip die niet voor mensen bestemd zijn, en het dient vooral als eiwitbron. De omega-3-vetzuren waar je zalm om eet, EPA en DHA, komen oorspronkelijk uit algen en belanden via de voedselketen in vis. Voor de omega-3 in de filet is dus vooral de vetbron in het voer bepalend, en niet waar het eiwit vandaan komt. Dat iets kippenmeel in het voer zit, zegt op zichzelf weinig over je omega-3.
Wat er wel is gebeurd, is langer geleden begonnen. Kwekers vervingen vismeel en visolie al jaren door plantaardige grondstoffen, omdat die mariene ingrediënten schaars en duurder zijn. In een Noors onderzoek met bijna 7.000 monsters zalmfilet uit 2006 tot en met 2021 daalden EPA en DHA inderdaad. Volgens onderzoeker Rita Hannisdal gebeurde dat vooral tussen 2006 en 2014, en daarna bleven de waarden redelijk stabiel. Tegelijk daalden ook dioxines, pcb’s en kwik. Een eerdere studie van hetzelfde instituut kwam zelfs op een mediane daling van EPA en DHA van meer dan 60 procent tussen 2005 en 2020, op een andere set monsters.
De zalm van vandaag is dus al langer een andere vis dan twintig jaar geleden. Het kippenmeel is daarin vooral de nieuwste stap, en die is vooral om een andere reden interessant: op de verpakking hoeft het voer niet te staan, schrijft gezondNU. Jij kunt dus niet zien wat de vis at, en ook niet hoeveel omega-3 er precies in zit.
Hoeveel zalm heb je dan nodig?
Het Voedingscentrum adviseert een keer per week vis, bij voorkeur vette vis. Het advies voor volwassenen is gemiddeld 200 milligram EPA en DHA per dag, volgens gezondNU samen 1.400 milligram per week. In de Nederlandse voedingsmiddelentabel NEVO levert 100 gram bereide kweekzalm gemiddeld ongeveer 2.070 milligram.
Daar zit marge in, en die rekensom heb ik even afgemaakt, want dat is waar het om gaat. Bevat jouw stuk een derde minder dan dat gemiddelde, dan kom je op zo’n 1.380 milligram en zit je nog vrijwel op de weekwaarde. Bij de helft kom je op ongeveer 1.035 milligram, dus rond driekwart. Dat is een voorbeeld en geen meting, want hoeveel er in jouw filet zit, weet niemand zonder lab. Het laat wel zien dat een portie zalm per week niet ineens waardeloos wordt, maar dat je marge wel afneemt, zeker als je een kleine portie neemt of niet elke week vis eet.
Eet je helemaal geen vette vis, dan is dat een groter gat dan welk voer dan ook. Daar zou ik me eerder druk over maken.
Welke vis is dan de betere keuze?
Er is geen reden om zalm te laten staan, en de voedingskundige adviezen zijn door dit nieuws niet veranderd. Zalm blijft volgens de Noorse onderzoekers ook een goede bron van EPA, DHA, vitamine D en selenium. Wat wel helpt, is niet al je omega-3 aan één product ophangen.
- Wissel af tussen vette vissoorten. Het Voedingscentrum noemt zalm, regenboogforel en haring, gezondNU ook sardines. Dan ben je minder afhankelijk van de voerkeuze van één kweker.
- Tel magere vis niet mee als omega-3-bron. Kabeljauw en tonijn scoren daar veel lager op, zoals ik eerder heb uitgezocht in welke vis wél omega-3 levert.
- Verwacht niet dat een keurmerk dit oplost. Op ASC en MSC letten is verstandig voor de duurzaamheid, maar er staat niet op hoeveel omega-3 er in de vis zit.
Mijn keuze: blijf gewoon vette vis eten, wissel de soorten af, en maak van de zalm geen rekensom per filet. Het echte punt voor mij is de transparantie. Ik zou graag op de verpakking zien wat een vis heeft gegeten, zodat je zelf kunt kiezen. Zo lang dat er niet staat, is variatie de beste verzekering die je hebt.
















