Wie in de drogist voor het schap met vitamine D staat, ziet tientallen potjes die op het oog hetzelfde doen. Toch zit er een verschil in dat bijna niemand opmerkt. Er bestaan twee vormen, D2 en D3, en op het etiket worden ze vaak gewoon allebei “vitamine D” genoemd. Volgens onderzoek dat ScienceDaily op 8 oktober opnieuw onder de aandacht bracht, maakt die keuze meer uit dan gedacht. In het stuk over het verborgen nadeel van een populair vitamine D-supplement staat dat D2 je gehalte aan D3 kan laten dalen. Wat betekent dat, en moet je nu een ander potje kopen?
D2 en D3, wat is het verschil
Vitamine D2 (ergocalciferol) ontstaat in paddenstoelen en gisten die aan uv-licht worden blootgesteld. Vitamine D3 (cholecalciferol) is de vorm die je eigen huid aanmaakt onder invloed van zonlicht. Dat verschil beschrijft ook het Voedingscentrum. Het verklaart meteen waarom champignons die je in de zon legt vitamine D gaan bevatten. Dat is D2, zoals je leest in ons stuk over champignons in de zon.
D3 in supplementen komt traditioneel uit lanoline, een vet uit schapenwol. Er bestaat inmiddels ook D3 uit korstmos, wat voor veganisten een uitkomst is. Tot nu toe was dat een belangrijke reden om D2 te kiezen, want D2 is van zichzelf plantaardig.
Wat het onderzoek liet zien
Om eerlijk te zijn, nieuw is het onderzoek niet. Het verscheen in 2025 in het vakblad Nutrition Reviews, van onderzoekers van de University of Surrey, het John Innes Centre en het Quadram Institute, allemaal in het Verenigd Koninkrijk. Ze zetten de resultaten van gerandomiseerde studies op een rij. Van de twintig studies die ze bekeken, waren er elf bruikbaar voor de hoofdanalyse.
Mensen die D2 slikten, hadden daarna een lager gehalte aan de D3-vorm in hun bloed dan mensen die geen D2 kregen. Afhankelijk van de rekenmethode ging het gemiddeld om ongeveer 9 tot 18 nanomol per liter. Onderzoeksleider Emily Brown noemt het een effect dat tot dan toe onbekend was, en vindt dat D3 voor de meeste mensen de betere keuze lijkt.
Waarom het gebeurt, weten de onderzoekers nog niet zeker. Een idee is dat je lichaam de totale hoeveelheid vitamine D bewaakt. Komt er veel D2 bij, dan ruimt het lichaam sneller de D3-vorm op om alles in balans te houden.
Is D2 dan slecht?
Nee, en dat is een belangrijke nuance die in de kop wat wegvalt. D2 verhoogt zelf wel je totale vitamine D. Een aparte analyse uit 2026 van 26 studies liet zien dat D2 nog steeds echte effecten heeft in het lichaam, bijvoorbeeld op het bijschildklierhormoon en het calcium in je bloed. D2 werkt dus, het is alleen niet hetzelfde als D3.
Eerdere vergelijkingen wijzen wel steeds dezelfde kant op. Het Amerikaanse National Institutes of Health schrijft dat D3 je vitamine D-gehalte meer verhoogt en langer op peil houdt dan D2. Er zijn ook aanwijzingen dat D3 iets anders doet in het afweersysteem. Een studie van dezelfde universiteit zag dat D3 een deel van de eerste afweer tegen virussen en bacteriën activeerde en D2 niet. Maar dat is een verschil in genactiviteit, geen bewijs dat je met D3 minder vaak ziek wordt. Daarvoor zijn grotere studies nodig, schrijven de onderzoekers zelf.
Wat ik ervan vind? Het onderzoek is degelijk, maar de grote vraag blijft open. Of dat lagere D3-gehalte gevolgen heeft voor je gezondheid, weet nog niemand. Voor paniek is geen reden, voor een bewuste keuze wel.
Wat je er in de praktijk mee doet
- Kijk op het etiket. Staat er cholecalciferol, dan is het D3. Staat er ergocalciferol, dan is het D2.
- Twijfel je, kies dan D3. Alles wat er nu ligt, wijst erop dat D3 je gehalte beter verhoogt en vasthoudt.
- Eet je veganistisch? Zoek dan naar D3 uit korstmos. Dan hoef je niet meer terug te vallen op D2.
- Slik niet meer dan nodig. Het Voedingscentrum houdt een aanbevolen hoeveelheid aan van 10 microgram per dag, en 20 microgram voor mensen boven de 70. Een supplement wordt onder meer aangeraden voor jonge kinderen, zwangeren, ouderen, mensen met een donkere huidskleur en mensen die weinig buiten komen.
- Slik je D2 op voorschrift? Stop dan niet op eigen houtje, maar overleg met je arts.
Het tijdstip waarop je je vitamine D neemt, maakt overigens minder uit dan vaak wordt gezegd. Dat zochten we eerder uit in ons stuk over vitamine D slikken en het tijdstip. De vorm in het potje lijkt dus belangrijker dan het moment waarop je het pakt.















