Transvet heeft een slechte naam, en terecht. Het is het vet dat jarenlang in frituurvet, koek en harde margarine zat en dat het risico op hart- en vaatziekten flink verhoogt. Maar transvet zit ook van nature in melk, kaas en boter. Een nieuwe analyse van 22 studies, op 7 oktober door ScienceDaily belicht, concludeert dat die natuurlijke variant uit zuivel het risico op hartziekten en diabetes type 2 niet verhoogt. Is dat goed nieuws voor je boterham met kaas, of lees je er meer in dan er staat? Ik heb het onderzoek naast het Nederlandse voedingsadvies gelegd.
Twee soorten transvet die niet hetzelfde doen
Transvet is een soort onverzadigd vet met een afwijkende, stijvere structuur. Er bestaan grofweg twee bronnen. De eerste is industrieel, ontstaan bij het gedeeltelijk harden van plantaardige oliën. Dat vet zat vroeger in veel bewerkte producten en gefrituurde snacks. De tweede bron is natuurlijk, want in de pens van koeien, schapen en geiten vormen bacteriën kleine hoeveelheden transvet die in melk en vlees terechtkomen.
Het Voedingscentrum maakt in zijn uitleg over vetten dat onderscheid niet. Daar staat dat transvet het LDL-cholesterol ongeveer net zo sterk verhoogt als verzadigd vet, dat het risico op hart- en vaatziekten nog groter is en dat vlees, volle melk, roomboter en vette kaas de producten met veel transvet zijn. Het advies voor transvet is kort, zo laag mogelijk. Het Voedingscentrum meldt ook dat industrieel transvet door aanpassingen in de productie in Nederland vrijwel uit margarines en frituurvetten is verdwenen. Wat er overblijft in ons eten komt dus grotendeels uit zuivel en vlees, en precies daar gaat dit onderzoek over.
Wat de analyse van 22 studies vond
Onderzoekers van onder meer de University of Reading verzamelden het bewijs in twee delen. Het verslag staat bij ScienceDaily, de studie zelf verscheen in 2026 in het vakblad Nutrition Research.
- Tien gecontroleerde voedingsproeven waarin deelnemers zuivel kregen met extra natuurlijk transvet, vergeleken met gewone zuivel. Ze kregen daarbij tussen de 1,3 en 13,2 gram transvet per dag binnen. De bloedvetten, de waarden waarmee artsen het hartrisico inschatten, verschilden niet betekenisvol tussen de groepen.
- Twaalf langlopende cohortstudies in Europa, Canada en de Verenigde Staten, sommige met een looptijd van meer dan twintig jaar. Daarin werd het gehalte aan zuiveltransvet in het bloed gemeten en later gekeken wie hartziekten, een beroerte of diabetes type 2 kreeg. Een hoger gehalte hing niet samen met een hoger risico.
Hoofdauteur Ian Givens vat het samen met de opmerking dat het transvet in je ochtendmelk, yoghurt, boter of kaas niet hetzelfde is als het industriële soort uit gedeeltelijk geharde vetten. Volgens hem hoef je je over zuivel binnen een gevarieerd eetpatroon geen zorgen te maken voor je hart.
Waarom ik hier toch niet meteen de boter bij pak
Het onderzoek ziet er degelijk uit. Het combineert proeven met lange observaties, en dat is sterker dan een enkele studie. Toch zou ik er twee dingen bij zetten voordat je het als vrijbrief leest.
Ten eerste zegt de analyse alleen iets over het transvet in zuivel, niet over zuivel als geheel. Roomboter en vette kaas bevatten vooral veel verzadigd vet, en daarover verandert deze studie niets. Het Voedingscentrum blijft adviseren om producten met veel verzadigd vet, zoals roomboter en vet vlees, te vervangen door producten met veel onverzadigd vet, zoals olie en noten. De Gezondheidsraad houdt voor verzadigd vet een grens van minder dan 10 procent van je calorieën aan, wat je terugleest in ons stuk over de nieuwe normen voor vet, koolhydraten en vezels. Een klont boter blijft dus vooral een klont verzadigd vet, met of zonder geruststellend transvetnieuws.
Ten tweede zijn cohortstudies observaties. Ze laten zien dat een hoger zuiveltransvet in het bloed niet samengaat met meer hartziekten, maar mensen die veel zuivel eten verschillen ook op andere punten van mensen die weinig zuivel eten. Onderzoekers corrigeren daarvoor, maar nooit helemaal. Wat het onderzoek wel overtuigend laat zien, is dat je natuurlijk en industrieel transvet niet op één hoop moet gooien. Dat vind ik de echte winst.
Wat betekent dit voor boter, kaas en yoghurt in je dieet
Wil je afvallen of gezonder eten, dan verandert er in de praktijk weinig, maar je kunt wel met een geruster gevoel naar het etiket kijken.
- Yoghurt, kwark en melk. De magere en halfvolle varianten bevatten weinig vet en dus ook weinig transvet. Ze passen prima in een afvaldieet, zeker vanwege het eiwit. Twijfel je tussen de twee, lees dan ons stuk over Griekse yoghurt of kwark bij het ontbijt.
- Kaas. Het transvet in kaas hoeft je volgens deze analyse niet tegen te houden. Het verzadigd vet en het zout wel een beetje, dus een dun plakje of een 30+-kaas blijft de slimmere keuze als je let op calorieën.
- Roomboter. Hier helpt het onderzoek het minst. Boter bestaat voor het grootste deel uit verzadigd vet en levert veel calorieën per beetje. Voor op brood of om in te bakken blijven zachte margarine, halvarine of olie de betere keuze.
- Bewerkte snacks en gebak. Hier lag het probleem met industrieel transvet. In Nederland is dat grotendeels verdwenen, maar koek, gebak en snacks blijven rijk aan verzadigd vet en suiker.
Mijn conclusie is dat dit onderzoek vooral een misverstand opruimt. Wie bang was dat het woord transvet op een kaas- of melketiket een rood signaal is, kan ontspannen. Wie het leest als bewijs dat roomboter gezond is, haalt er iets uit wat er niet in staat. Zuivel in redelijke hoeveelheden, liefst de magere en halfvolle soorten, past gewoon in een gezond eetpatroon. Voor je hart blijft de grootste winst zitten in het vervangen van verzadigd vet door onverzadigd vet, niet in het vermijden van een beetje natuurlijk transvet.















