Zeewier staat inmiddels gewoon bij de supermarkt, als velletjes voor sushi, als snack en als poeder in een potje. Het geldt als superfood en dat is grotendeels terecht, maar er zit een addertje onder dat de meeste mensen niet kennen. Bij sommige soorten zit er zoveel jodium in dat één portie je ver over de veilige dagelijkse hoeveelheid tilt. gezondNU zette de soorten naast elkaar en het verschil is groter dan je zou denken.
Waarom de hoeveelheid zo uit de hand loopt
Een volwassene heeft ongeveer 150 microgram jodium per dag nodig. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA houdt 600 microgram per dag aan als bovengrens waar je bij langdurig gebruik onder wilt blijven, schrijft kennisplatform ZeewierWijzer. Dat is de maat waar je alles naast moet leggen.
En dan de cijfers uit het stuk van gezondNU. Eén gram gedroogde kombu bevat 2.000 tot 5.000 microgram jodium. Eén gram. Dat is niet een portie, dat is een sliertje. Kelp zit in dezelfde orde van grootte, want beide zijn bruinwieren en die hebben de eigenschap dat ze jodium uit zeewater opslaan. Je zit met een klein blaadje dus al op het drie- tot achtvoudige van wat als bovengrens geldt.
Het lastige is dat je dat niet proeft en niet merkt, zeker niet als de kombu is verwerkt in bouillon, in een poeder of in een supplement waar alleen kelp op staat. Juist die laatste vorm vind ik de vervelendste, want een capsule oogt als een precieze dosering terwijl het jodiumgehalte van zeewier per oogst en per soort sterk verschilt.
Wat er dan misgaat
Te veel jodium kan de schildklier van slag brengen, en dat kan twee kanten op. De klier kan versneld gaan werken, met hartkloppingen, een gejaagd gevoel, trillen, slecht slapen en gewichtsverlies zonder dat je iets veranderd hebt. Hij kan ook juist trager gaan werken, met vermoeidheid, kouwelijkheid en een opgezet gevoel in de hals. gezondNU noemt diezelfde signalen.
Belangrijk om erbij te zeggen, dit is geen ziektebeeld dat je aan jezelf kunt afmeten. Heb je klachten die hierop lijken, ga dan naar de huisarts en laat je schildklierwaarden prikken in plaats van zelf aan je voeding te sleutelen. Gebruik je schildkliermedicatie of ben je zwanger, dan is een gesprek met je arts voordat je zeewier of kelp gaat gebruiken sowieso verstandig, want dan liggen de marges anders.
Welke soorten wel kunnen
Het goede nieuws is dat het probleem zich concentreert bij een paar soorten en dat de rest prima meekan. Nori, het velletje om je sushi, zit laag tot matig in jodium en is de veiligste keuze voor dagelijks gebruik. Dulse en zeesla zitten in dezelfde hoek en leveren daarnaast ijzer, kalium en vezels.
Wakame zit ertussenin. Dat is ook een bruinwier, dus gezondNU houdt het op een paar keer per maand in plaats van wekelijks. Kombu en kelp zou ik alleen als smaakmaker gebruiken, dus een stukje mee laten trekken in een bouillon en er daarna uithalen, en niet als ingrediënt dat je opeet. Hiziki laat je helemaal staan, niet vanwege jodium maar vanwege arseen. De NVWA raadt die soort af.
Nog een hardnekkig verhaal dat in dit gesprek altijd opduikt, namelijk zeewier als vitamine B12-bron voor wie plantaardig eet. Dat werkt niet. Wat er in zit is grotendeels pseudo-B12, een variant die je lichaam niet kan gebruiken en die de opname van echte B12 in de weg zit. Wie geen dierlijke producten eet heeft een gewoon B12-supplement nodig.
Wat ik ervan vind
Zeewier is geen product om bang voor te zijn, het is een product om het etiket van te lezen. Staat er nori, dulse of zeesla, dan kun je er zonder nadenken van eten. Staat er kelp, kombu of zeewierpoeder zonder dat erbij staat welke soort, dan zou ik het laten liggen, en dat geldt dubbel voor supplementen waar jodium op de verpakking staat. Je hebt geen pil nodig om aan die 150 microgram te komen. Brood met gejodeerd zout, zuivel en vis leveren dat in Nederland al.
















