Naar schatting 400.000 Nederlanders hebben diabetes type 2 en weten het niet. Dat getal komt uit onderzoek van het Nederlands Cohorten Consortium dat het Diabetes Fonds in februari 2026 naar buiten bracht, bovenop de 1,1 miljoen mensen die de diagnose al hebben. GezondNU zette deze week de zeven signalen op een rij die het fonds noemt. Die lijst klopt, maar er zit een ongemakkelijke kant aan die in de meeste lijstjes onderbelicht blijft. Wie diabetes heeft zonder het te weten, heeft meestal juist géén klachten. Daarom kijk ik liever naar wie het risico loopt dan naar wat je voelt.
De zeven signalen, en waarom ze zo makkelijk wegvallen
Het Diabetes Fonds noemt veel dorst, vaak plassen (ook ’s nachts), aanhoudende moeheid, tijdelijk wazig zien, wondjes die langzaam genezen, infecties die terugkomen en afvallen zonder dat je daar iets voor doet. Thuisarts, de patiëntensite van de huisartsen, voegt daar jeuk aan de schaamlippen bij vrouwen en een vaak ontstoken eikel bij mannen aan.
Het mechanisme achter de bekendste twee is eenvoudig. Is je bloedsuiker te hoog, dan proberen je nieren de overtollige glucose via de urine kwijt te raken. Daarbij gaat er extra vocht mee, dus je plast meer en krijgt opnieuw dorst. De moeheid ontstaat doordat je cellen de glucose minder goed binnenkrijgen, zodat er wel brandstof in je bloed zit maar je spieren er weinig aan hebben.
Het probleem is dat elk van deze klachten tien andere verklaringen heeft. Moe ben je na een drukke maand ook. Vaak plassen ’s nachts komt ook door die kop thee om tien uur. En Thuisarts zegt het zelf heel nuchter, meestal merk je een hoge bloedsuiker niet. De klachten verschijnen vaak pas als de bloedsuiker al een tijd flink verhoogd is. Een lijst signalen is dus vooral nuttig voor wie al iets merkt. Voor de grote groep die niets merkt, zegt hij weinig.
Wie meer risico loopt
Daarom vind ik het risicoprofiel eerlijker dan het symptomenlijstje. Het Diabetes Fonds noemt overgewicht, weinig bewegen en roken als factoren waar je zelf iets aan kunt doen. Daarnaast tellen diabetes type 2 in de familie en afkomst mee. Mensen met een Hindostaanse, Surinaamse, Marokkaanse of Turkse achtergrond lopen volgens het fonds meer risico.
Bij gewicht kijkt het fonds niet alleen naar je BMI, maar ook naar je buikomvang. Dat is geen detail. Vet rond de organen in je buik hangt sterker samen met insulineresistentie dan vet op je heupen of bovenbenen. Het Diabetes Fonds hanteert deze grenzen voor mensen met een Europese, Mediterrane of Midden-Oosterse achtergrond.
- Bij vrouwen is een buikomvang van 80 tot 88 centimeter de gevarenzone, vanaf 88 centimeter is hij te groot.
- Bij mannen ligt de gevarenzone tussen 94 en 102 centimeter, vanaf 102 centimeter is hij te groot.
Voor mensen met een Aziatische, Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond gelden andere grenzen. Je meet je buikomvang met een meetlint halverwege je onderste rib en de bovenkant van je heupbot, na een gewone uitademing. Dat kost een halve minuut en vertelt je meer dan wachten op dorst.
Prediabetes is het moment waarop eten en gewicht het meest uitmaken
Tussen een normale bloedsuiker en diabetes zit een tussenstap. Bij prediabetes is je bloedsuiker te hoog, maar nog niet zo hoog dat het diabetes heet. Het Diabetes Fonds schat dat 1,4 miljoen Nederlanders prediabetes hebben, en ook daarvan merk je meestal niets.
Dit is waar het voor een site over afvallen interessant wordt, want in die fase heb je de meeste invloed. Het bekendste bewijs komt uit de Verenigde Staten. In het Diabetes Prevention Program, gepubliceerd in 2002, kregen ruim 3.200 volwassenen met een verhoogde bloedsuiker een leefstijlprogramma. Het doel was zeven procent van het lichaamsgewicht kwijtraken en 150 minuten per week bewegen. Over een periode van gemiddeld bijna drie jaar kregen zij 58 procent minder vaak diabetes dan de groep met een nepmiddel. Dat is een Amerikaanse groep met veel overgewicht, dus het percentage is niet een-op-een te vertalen naar iedere Nederlander. Maar de richting is sindsdien in veel onderzoek bevestigd, en het Diabetes Fonds zegt het ook zo, je risico wordt al kleiner na een paar kilo.
Zeven procent klinkt abstract. Bij 90 kilo is dat ruim zes kilo. Geen crashdieet, eerder een paar maanden consequent iets minder eten en meer lopen. Wie wil zien wat zo’n bescheiden gewichtsverlies verder doet, kan het onderzoek lezen naar vijf procent lichter op middelbare leeftijd en je hart. Ook de volgorde waarin je eet kan je bloedsuiker na een maaltijd wat afvlakken, zoals in het onderzoek naar eerst olijfolie en dan koolhydraten, al is dat een kleiner effect dan afvallen zelf.
Wanneer je naar de huisarts gaat
Een artikel kan geen diagnose stellen, en een lijstje ook niet. Herken je meerdere signalen tegelijk, of houden klachten als dorst en vaak plassen aan, maak dan een afspraak bij de huisarts. Met een bloedtest is snel duidelijk of je bloedsuiker verhoogd is.
Heb je geen klachten maar wel een paar risicofactoren, bijvoorbeeld een buikomvang boven de grens en diabetes bij een van je ouders, dan is de Diabetes Risicotest een goed begin. Die bestaat uit maximaal acht vragen. Komt daar een verhoogd risico uit, bespreek het dan met je huisarts in plaats van zelf op symptomen te wachten.
Op 14 november is het Wereld Diabetes Dag, en dat is een goede aanleiding om het meetlint te pakken. Mijn eerlijke conclusie na het lezen van al die signalenlijsten is dat het nuttigste wat je deze maand kunt doen niet is letten op hoe vaak je dorst hebt. Het is kijken naar je buikomvang en je familie, en bij twijfel je bloed laten prikken. Bij diabetes type 2 voel je het meestal pas als er al een tijd iets mis is.
















