Je loopt de bouwmarkt in voor een rol tape en bij de kassa liggen chocoladerepen. Op het station ruik je verse koeken voordat je het perron ziet. En op je telefoon verschijnt een aanbieding voor twee pizza’s voor de prijs van een. Het Voedingscentrum heeft er een woord voor bedacht, eetdrammen. Het klinkt als een grap, maar het is een behoorlijk scherpe beschrijving van waarom afvallen voor zoveel mensen zo moeizaam gaat.
Wat eetdrammen betekent
Het Voedingscentrum introduceerde het woord in oktober 2025 en omschrijft het als het opdringerig aanzetten tot het eten van ongezond voedsel. Het gaat dus niet over je oma die aandringt op een tweede stuk taart. Het gaat over de optelsom van alles om je heen dat je richting ongezond eten duwt, van de supermarkt en de snackbar tot reclame op sociale media.
Directeur Petra Verhoef noemt het een maatschappelijk probleem. Volgens het Voedingscentrum zou er in een omgeving waarin gezond en ongezond eten meer in balans zijn, minder diabetes type 2 en minder hartziekten voorkomen.
Waarom het woord de schuld verschuift
Wat ik waardevol vind aan het begrip, is dat het de verantwoordelijkheid anders verdeelt. Gedragsexpert Liesbeth Velema van het Voedingscentrum legt uit dat eetdrammen inspeelt op ons oerbrein. We hebben een aangeboren voorkeur voor vet, zoet en zout, want dat betekende vroeger calorieën en dus overleven. Bij eten maken onze hersenen bovendien veel keuzes automatisch, omdat dat denkenergie bespaart.
Het Voedingscentrum zegt het in zijn uitleg over eetdrammen heel direct. We zijn niet massaal lui en we hebben geen collectief gebrek aan wilskracht. Wie al jaren denkt dat afvallen mislukt omdat hij te zwak is, mag dat even laten bezinken. Ik schreef eerder over hetzelfde mechanisme in waarom wilskracht het verliest van de omgeving.
Een paar cijfers maken duidelijk waarom. Volgens het Voedingscentrum is ongeveer 80 procent van wat in de supermarkt ligt ongezond, en geldt hetzelfde voor 80 procent van de aanbiedingen in reclamefolders. In 1961 waren er 50 supermarkten in Nederland, in 2024 waren het er 6672.
De trucs herkennen en voor zijn
Het Voedingscentrum noemt een aantal trucs die je overal terugziet. Herkennen is de eerste stap. De tweede is een als-dan-plan, een techniek die het Voedingscentrum zelf aanraadt. Je bedenkt vooraf wat je doet als je in een bepaalde situatie terechtkomt, zodat je hersenen niet ter plekke hoeven te kiezen. Ik heb de trucs naast een mogelijk plan gezet.
| Truc | Hoe je het herkent | Als-dan-plan |
|---|---|---|
| Hoeveelheid | Ongezond eten en reclame zie je overal, dus je pakt het sneller | Als ik ongezonds in huis heb, dan zet ik het uit het zicht |
| Plaatsing | Snoep op ooghoogte en bij de kassa, voor kinderen op kinderhoogte | Als ik bij de kassa sta, dan pak ik niets dat niet op mijn lijst staat |
| Portiegrootte | Groot is standaard, een medium friet is vaak al een grote portie | Als ik friet haal, dan kies ik de kleinste portie |
| Aanbiedingen | Een plus een gratis, combideals met snack en frisdrank | Als iets in de aanbieding is, dan koop ik er toch maar één |
| Prijs | Ongezond is vaak goedkoper dan gezond | Als ik boodschappen doe, dan houd ik me aan mijn lijst |
| Online marketing | Influencers en advertenties die precies op jou gericht zijn | Als een eetaccount me trek bezorgt, dan ontvolg ik het |
| Verpakkingen | Claims als natuurlijk of zonder toegevoegde suikers | Als er een gezondheidsclaim op de voorkant staat, dan lees ik de achterkant |
| Sponsoring | Snack- en frisdrankmerken bij sport en kinderactiviteiten | Als ik na het sporten iets drink, dan neem ik water of een alcoholvrij biertje |
Een paar van die plannen komen letterlijk uit de voorbeelden van het Voedingscentrum, zoals de kleine portie friet en het lijstje bij de boodschappen. De rest zijn varianten die je zelf kunt aanpassen. Het werkt het best als je de situatie zo precies mogelijk voor je ziet. Niet in het algemeen minder snoepen, maar bij de kassa van jouw eigen supermarkt op zaterdagochtend.
Wat je thuis wel in de hand hebt
Buiten de deur heb je weinig invloed, maar je eigen keuken is van jou. Het Voedingscentrum raadt aan te kijken hoeveel ongezond eten je in huis hebt en hoe zichtbaar het is. De een haalt liever helemaal niets in huis, de ander wil af en toe kunnen snoepen. Beide kan, zolang de fruitschaal op het aanrecht staat en de koekjestrommel in de kast.
Ook met anderen eten speelt mee. Je eet vaak meer als de mensen om je heen dat doen, meestal zonder dat je het doorhebt. Het helpt om hardop te zeggen dat je minder wilt snoepen en te vragen of anderen daarin meegaan.
Is het betutteling
Het Voedingscentrum weet dat het woord boosheid kan oproepen. Mensen willen zelf bepalen wat ze eten. Het antwoord van het Voedingscentrum is dat juist de overvloed aan ongezond aanbod die vrijheid beperkt. Ik ben het daar grotendeels mee eens. Je kunt pas echt vrij kiezen als de gezonde optie net zo zichtbaar, makkelijk en goedkoop is als de ongezonde. Tot die tijd is herkennen wat er om je heen gebeurt het beste wapen dat je hebt.















